Kies welke cookies je wilt toestaan. Noodzakelijke cookies zijn altijd actief. Je kunt je keuze altijd wijzigen via "Cookie-instellingen" onderaan de pagina.
Geupload op: 07-11-2026
Door: Sancha Schuurs. (De auteur van Grieks kookboek Yiayia kookt)
De eerste keer dat ik op Kos was, is 37 jaar geleden. Ik had er een vriendje en heb het eiland in die tijd vaak bezocht. De laatste keer dat manlief en ik er samen waren, was in 2011. Sinds die tijd is er veel veranderd. Lagen er toen nog vissersbootjes vredig te dobberen in de haven van Kos-Stad, nu hebben die plaatsgemaakt voor toeristenboten. De ene nog groter en rijker versierd dan de andere. Het is september en er heerst een gezellige drukte.
Er mag dan wel veel veranderd zijn, maar de oude stad is nog steeds de oude stad. Met de minaretten, de plataan van Socrates, de kathedraal, de markthal, het kasteel, de prachtige weg met palmbomen… Dat verandert niet. Nou ken ik Kos erg goed, maar toch blijkt dit eiland nog een aantal geheimen voor me te hebben. En die deel ik graag met jullie. Sssst, niet aan iedereen vertellen, hoor!
“Zullen we naar Psalidi gaan en Miranda verrassen?” vraag ik als we instappen. Manlief vindt het prima. “Je kunt haar winkel echt niet missen,” wijs ik, “wat ziet dát er leuk uit! Het is misschien wel het leukste winkeltje dat ik ooit gezien heb.” We lopen naar binnen en daar zit Miranda net haar boekhouding te doen. “Miranda!” roep ik, “verrassing!” Hoe Miranda op Kos terecht kwam, is een heel romantisch verhaal… Zij werd niet alleen verliefd op het eiland, maar ontmoette daar ook Antonis. Toen hun zoon Konstantinos werd geboren, was het duidelijk dat ze er nooit meer weg zou gaan.
In 2017 volgde er nóg een geboorte: Miranda tours & gifts. In deze prachtige souvenirwinkel in het plaatsje Psalidi kijk je werkelijk je ogen uit! Alles wat Miranda bedenkt, maakt Antonis. Zo verwerkte hij onder andere antieke houten deuren in het interieur en is er een kast met zoveel laatjes, dat ze bijna niet te tellen zijn. Er is een watervalletje, een beschilderde boomstronk en een waterput. En als je al die souvenirs ziet, word je helemaal hebberig. Ik heb er minstens anderhalf uur rondgekeken en ik weet zeker dat ik nóg niet alles heb gezien… Behalve de winkel hebben ze ook een uitleenservice en organiseren ze excursies. En wil je informatie? Miranda vertelt waar je moet zijn.
Met een zak vol cadeautjes vertrekken we weer. En een armbandje met boze oogjes en een kruisje. “Dat past zich vanzelf aan je pols aan,” zegt ze erbij. De oogjes, matia, staan voor bescherming. Het kruisje staat symbool voor het Grieks-orthodoxe geloof. “Wát een lieve vrouw,” zeg ik als we weer in de auto zitten.
We gaan naar de thermale bronnen en daarna naar de kleine zoutvlakte bij Psalidi. Dit natuurgebied staat bekend als het Psalidi Wetland of de Psalidi-lagune. Tijdens de Italiaanse bezetting gebruikten de bewoners die voor lokale zoutproductie. Het gebied wordt gevoed door twee zoetwaterstromen uit de bergen die samenkomen aan de kust. Hierdoor ontstaat een permanente brakwaterlagune die via een natuurlijke geul met de zee in verbinding staat. Het is een officieel beschermd opvangcentrum voor flora en fauna (Agios Fokas Wildlife Sanctuary). Je vindt er naast flamingo's, reigers en wilde eenden ook de zeldzame Kaspische beekschildpadden.
Als wij er aankomen, is er net een imker bezig met zijn bijenkasten. “Blijf maar op een afstand, zodat ze je niet steken,” waarschuwt hij. “Hoe gaat het met de bijen?” vraag ik. “Niet zo goed. Het is veel te heet geweest en daardoor waren er weinig bloemen. Ook zijn er veel bijen daardoor gestorven. Bij Marmari is nog een zoutvlakte. Dat is die kant op,” wijst hij.
“Zullen we over de kustweg rijden?” vraag ik aan Wim, “dat is leuker dan over de hoofdweg. We moeten daarvoor terug naar Kos stad, dan kunnen we langs het Lambi strand rijden.” Als we verder doorrijden, worden we helemaal blij. Hier zijn nog prachtige ongeorganiseerde zandstranden waar nauwelijks toeristen zijn. Er staan enkele huisjes waar de locals wonen. Vlak voor Tigaki komen we slechts één minimarket tegen waar ze lokale producten verkopen en een coffeecorner met selfservice hebben. Hier komen de bewoners van het eiland bij elkaar om samen de dag door te nemen en te discussiëren over politiek.
De grote zoutvlakte, het Alikés zoutmeer, ligt tussen Tigaki en Marmari. Tot 1989 werd hier zeezout gewonnen. Maar liefst 1 miljoen kilo per jaar. Inmiddels is het beschermd Natura 2000-gebied. Hier kun je vanuit de kijktoren vogels spotten, zoals flamingo’s, reigers en pelikanen. Maar ook zie je er schildpadden, waterslangen en zelfs vossen.
Rondom het zoutmeer staan hier en daar ruïnes van de oude, verlaten zoutmagazijnen en pomphuisjes. Streetart-artiesten maakten er prachtige murals op. De felle kleuren van de schilderingen steken heel mooi af tegen het wit van de zoutvlakte.
We rijden verder binnendoor naar Marmari en vervolgens over de hoofdweg weer terug naar Kos. Onderweg spotten we een manege en een prachtig kerkje. Een Griekse vrouw fietst voorbij en ziet ons kijken. “Het is klein, maar mooi. Ga maar even binnen kijken.” In de toren is een wenteltrap die leidt tot de klokken.
We rijden door naar Zia. Vroeger was dat een vredig bergdorpje met enkele cafés, een keramiekwinkeltje en een man die olijfhout sneed. Nu wemelt het er van de toeristen en er zijn enkel nog cafés, taverna’s en toeristenwinkels. Maar we hebben een goede reden om het dorp in te gaan, want ik wil Nanny graag zien. Zij runt er To Rodano, Het Spinnenwiel, een winkeltje met sieraden en smaakvol keramiek. “Nanny!” roep ik als we er binnenkomen. “Sancha, wat een verrassing, wat leuk!” We kletsen gezellig even en ze raadt ons aan toch even omhoog te lopen om de kerk en de watermolen te zien.
De Agios Georgios-kerk is het middelpunt van het dorp en gebouwd in de traditionele Dodekanesos-architectuur. Binnen zie je prachtig houtsnijwerk. De oude watermolen (Neromylos) herinnert aan de tijd dat Zia een zelfvoorzienend agrarisch bergdorp was. De molen werd aangedreven door de natuurlijke waterbronnen uit het Dikaios-gebergte. De molen werkt niet meer, maar is prachtig gerestaureerd en ingericht als een klein museum. Wij genieten op het terras van de bronnen waaruit het water naar beneden klettert.
De volgende dag rijden we via het Asklepieion, de belangrijkste archeologische vindplaats van Kos, door Platani, vroeger ook wel Kermetes genoemd. Dat is een dorpje waar Turkse en Griekse winkeltjes en taverna’s gebroederlijk naast elkaar staan. Maar omdat ik beloofde de geheimen van Kos te openbaren, laat ik deze bekende bezienswaardigheden even voor wat ze zijn.
Vanuit Platani rijden we de mooie bergweg richting Zia. Ongeveer halverwege leidt een onverharde weg naar de kerk Agios Melon of Agios Ioannis Theologos, een tip van Miranda. Dit prachtige kerkje is voor een deel uitgehouwen uit een rotswand en deels er bovenop gebouwd. Wij hebben geluk: het is open. Het is er stil en sereen.
Iets verderop spotten we beneden ons de mooie witte kerk met blauwe koepel Kímissis tis Theotókou. Die is gebouwd op de rand van een plateau in het rustige bergdorpje Lagoudi met maar 30 permanente bewoners. Hier lijkt het of de tijd heeft stilgestaan.
Dan gaan we op zoek naar de 10 kerkjes, een goed bewaard geheim en moeilijk te vinden. Maar het lukt ons. We moeten eerst de meest kronkelige bergweg naar Zipari vinden. Zodra we alle haarspeldbochten geslecht hebben, is er een klein weggetje naar links. Daar parkeren we de auto naast een kerkje. We wurmen ons langs een muurtje en komen dan op een open veld. “Zoiets heb ik nog nooit gezien,” zegt Wim. Het is dan ook heel bijzonder. Daar staan tien kleine kerkjes in pasteltinten bij elkaar.
Nanny weet het verhaal. Er was een vrouw die verliefd werd op een man. Maar haar familie ging niet akkoord met deze relatie, dus moest ze die verbreken. Daarop bekeerde ze zich tot non en om zich af te zetten tegen haar familie, liet ze de kerkjes bouwen.
Onze volgende stop is de schildpaddenvijver net buiten Pyli. Hier kun je zoetwaterschildpadden zien. Van daaruit rijden we naar het dorpje Pyli. Aan het dorpsplein ligt het Traditionele Huis, een klein museum waar je kunt zien hoe de bewoners 100 jaar geleden woonden.
De waterbron in het dorpje dateert uit de Ottomaanse periode. Het water stroomt uit zes gebeeldhouwde leeuwenkoppen. “Het is een soort Spili op Kreta in het klein,” grap Wimmie. “Ja, alleen zijn daar geen geiten die eruit drinken,” lach ik. Onder de grond is een kilometerslang aquaductstelsel.
Palaiopyli, het spookdorp boven Pyli, was ooit de hoofdstad van het eiland en stamt nog uit de middeleeuwen. Palayiopyli wordt door historici ook wel het ‘Mystras van de Dodekanesos’ genoemd vanwege de architectuur en de wijze waarop de stad tegen de berghelling is gebouwd. Rond 1830 brak er een cholera-epidemie uit en trokken de bewoners naar het lager gelegen Pyli.
Hoog op een steile rots boven Palaiopyli bevindt zich een Byzantijns kasteel. Het werd rond 1080 gebouwd door de monnik Christodoulos. Het kasteel werd gecamoufleerd: door gebruik te maken van lokale natuursteen ging het volledig op in de ruige rotswanden. Piraten die langs Kos voeren, zagen het daardoor niet, terwijl de bewoners vanaf prima zicht hadden over de kustlijn. In de 14e eeuw werd het kasteel ingenomen en grondig versterkt door de Johannieterburcht-ridders. Zij maakten er een onneembare vesting van waar de lokale bevolking schuilden als er aanvallen dreigden.
“We hebben nog best wat tijd om sightseeing te doen,” zeg ik de laatste dag als we na het ontbijt onze spullen hebben gepakt en hartelijk afscheid hebben genomen van de schoonmaakster. Ik heb een route gepland in de buurt van het vliegveld. Te beginnen bij de kapel van Agios Ioannis Prodromos waar de brandweer het water in de tank van hun blusauto aanvult.
Dan rijden we een prachtige weg naar Plaka, het ‘pauwenbos’. Onderweg komen we geen mens tegen, maar in het bos is het opeens druk. Met mensen. En met pauwen, heel veel pauwen. En eenden. En vreemde vogels en poezen. Ik raak aan de praat met een ouwe Griek die tegen de adviezen in de vogels voert met koekjes. “Ik kom uit Kefalos,” vertelt hij. “Zijn jullie daar al geweest?” “Nee, daar rijden we nu naartoe,” antwoord ik.
Het traditionele huisje vlak voor Kefalos blijkt echt prachtig te zijn! “Mijn opa woonde hier,” vertelt een lieve Griek. “Ik woon zelf in het nieuwe huis hiernaast.” “Ik kijk mijn ogen uit,” zeg ik, “wat heeft u dit mooi gedaan!” “Ik wilde het huis van mijn grootvader ombouwen tot een monument om hem en het agrarische leven te eren,” vertelt hij.
Het huisje zelf is helemaal in oude stijl ingericht. Er omheen heeft hij een waterput, oven en barbecue gemetseld. Waar je ook kijkt, overal valt wel iets te zien. Een oude tractor, gereedschap, een fontein. We gaan onder de pergola zitten onder de druivenranken. Bij de frappé krijgen we een schaaltje glyko tou koutaliou en hij komt gezellig bij ons zitten. “Gelukkig zijn er plekjes zoals dat van u. Het is echt een paradijsje,” zeg ik vanuit de grond van mijn hart.
Voor we Kefalos in rijden, stoppen we op de parkeerplaats boven de baai van Kamari en Kefalos. Van daaruit hebben we prachtig zicht op het eilandje Kastri dat vlakbij ligt met daarop het kapelletje van Agios Nikolaos. We bewonderen het gezellige vissershaventje in Kardamena. Als je vanuit de haven omhoog kijkt, zie je op de top van de heuvel de gigantische ruïnes van het kasteel van Antimáchia liggen. Rijd je hier de bergweg op, dan kom je in het piepkleine bergdorpje Asomatos. Hier staan traditionele stenen huizen met felgekleurde houten deuren en raamkozijnen, van diepblauw tot olijfgroen en van oker tot bordeaux. Sommige bewoners hebben er juist voor gekozen om de deuren in de pure, verweerde houtkleur te laten of ze wit te lakken waardoor de felle kleuren nog meer opvallen. Veel van de huizen zijn prachtig gerestaureerd. Midden in het dorp staat de Agios Asomatos-kerk waar het dorp zijn naam aan dankt. De kerk heeft een opvallende klokkentoren en een heel mooi kerkplein.
Op de weg terug richting het vliegveld zien we een bordje waarop staat dat er een windmolen te bezichtigen is. Zo belanden we in Antimachia. “Willen jullie een rondleiding met proeverij? We hebben koekjes en kritsinia die van ons eigen meel gemaakt zijn.” Dat willen wij wel.
Ze laten de molen draaien en zetten de hele kap op de wind. Die weegt 5 ton, dus dat is een zware klus. “Als het hard waait, malen we wel 1000 kilo meel per uur,” vertelt onze gastvrouw. Als we vertrekken vraagt ze: “Welke twee smaken kritsinia vonden jullie het lekkerste?” “Die met knoflook en met tomaat,” zijn manlief en ik het eens. En dan krijgen we van allebei een zak cadeau.
Restaurants:
Taverna Evdokia Mummy’s cooking (Bouboulinas, Kos) is een gezellig klein familierestaurant omringd door planten waar ze traditionele Griekse gerechten bereiden. En wie kookt er lekkerder dan mamma?
O Nikos Grill (Riga Feraiou, Kos): een klein restaurant met maar 24 zitplaatsen. Nikos staat zelf in de keuken en maakt de heerlijkste gerechten. De groenten komen elke dag vers van een lokale boer. Aanraders zijn de humus en de zwaardvisfilet. Volgens de locals eet je hier de beste gyros van de stad.
Wil je op de hoogte blijven van al het nieuws over Griekenland en de Griekse Gids schrijf je in voor onze gratis digitale nieuwsbrief. Direct na het aanmelden ontvang je van ons een e-mail met een link om je inschrijving te bevestigen.
Disclaimer: Wij verzamelen zoveel mogelijk informatie om onze lezers te helpen. De Griekse Gids is niet verantwoordelijk voor beslissingen die u neemt op basis van bovenstaande informatie. Houd er rekening mee dat informatie snel (per dag en zelfs per uur) kan veranderen. Zodra er wijzigingen zijn passen wij dit zo snel mogelijk aan op deze website.