Op vakantie naar Corfu

Tekst en fotografie: Koos van der Woude

We wilden niet te lang vliegen, een appartement met zwembad en niet te ver van Corfu stad. Dus kwam Govinobay in de badplaats Gouvia op Corfu uit de vakantiekoker rollen. Op dit eiland waren we wel eens eerder geweest, jawel dat was 20 jaar geleden. Nu zou dit groene eiland opnieuw onze vakantie bestemming worden.

Aankomst op Corfu

Het vliegtuig maakt een grote boog en daalt snel langs het muizeneiland en het witte kerkje. Dan over de verbindingsdam en zet, na 2,5 uur, de wielen op de daarachter gelegen brede betonstrook in de baai; welkom op Corfu. De koffers hebben we al heel snel, maar bij de bussen is het vrij rommelig, zodat we iets later dan gepland op weg gaan. Gouvia ligt op  9 km vanaf het vliegveld. Na enkele gasten bij hun locaties te hebben afgezet, rijden we door de smalle straten van Kontokali en Gouvia. Het is al donker als de bus voor het complex stopt. Het is half tien als we naar ons appartement worden gebracht. Het is een van de blokken met zes appartementen in licht blauwe, gele of groene kleuren. Dat van ons staat aan het eind van een weg naar de baai. Met uitzicht op een fraaie tuin met palmen en iets verder het water, maar dat zagen we de volgende ochtend pas. We zetten de koffers open op de bank en gaan eerst wat eten in het hotel restaurant, dat nog open is. De kipsouflaki en de salade smaakten prima. We blijven niet hangen, de koffers moeten nog uitgepakt. De inrichting ziet er goed uit. Ruime kamer, met twee banken en een eethoek. Kleine slaapkamer met veel kastruimte en lekkere bedden, waar we ruim na middernacht onder de lakens kruipen.

Corfu

Eerst Gouvia verkennen

We hadden gisteren een afspraak gemaakt om in het restaurant te ontbijten. Er is ook een miniwinkel, waar we de nodige boodschappen halen. Na de koffie gaan we naar Gouvia, om de boel te verkennen. We lopen de licht hellende weg op, waar nog veel zaken gesloten zijn. Aan de linkerkant is een fraaie oprijlaan naar het Corcyra beachhotel. Aan de rechterkant staat de fraaie Agios Pantes kerk. De weg maakt een flauwe bocht waar een palmboom midden op het kruispunt staat. Daarna slaan we in de nog rustige winkelstraat in. Er zijn veel taverna’s, bars en souvenir winkeltjes. Hier slenteren we wat rond en lopen de zijweg in, die gaat naar Govino Beach. Een smal strand, waar de bedden hoog opgestapeld staan. Het zonnetje schijn behoorlijk en daarom zoeken we een schaduwrijke plek bij de strandbar van een hotel om wat te drinken. Het is nog niet druk. Enkele gasten van het hotel zitten nog aan de frappe. koude koffie met ijs. Andere hangen lui op de banken. Ouders met kleine kinderen lopen bepakt en bezakt naar het strand. Op de terugweg gaan we achter het hotel langs. Een slecht stukje zandpad gaat door het bos en komt bij de baai achter het complex uit. Het is er nog rustig. We steken het grasveld over. Bij het zwembad liggen al zonaanbidders, er wordt druk gesmeerd. We lopen lover het grasveld tussen de palmen door naar de smalle reep zand en komen op de weg bij de voorkant van het appartement. Via het natuurstenen pad komen we dan aan de achterkant.  Vijf treden op naar het verhoogde bordes.

Corfu kerk

Corfu stad

De hoofdstad van het eiland is de grootste nog Middeleeuwse stad van Griekenland. Een prima manier om in Corfu stad te komen is met blauwe bus 7. Op de snelweg raast het verkeer letterlijk met grote snelheid voorbij. Het is een ritje van 25 minuten en dan staan we bij het busstation aan het San Rocco plein. Op de brede stoep voor de bank staat een oud kanon. Daar lopen we de gezellige winkelstraat met de vele terrasjes in. Halverwege is de klinkerstraat autovrij. Daar is het gezellig  druk en barst het van de winkels, bars en restaurants. Langs het imposante gebouw van het stadhuis, komen we op de Esplanade uit. Langs de parkachtige ruimte staat een gebouw met een lange  met bogen overdekte hal; de Liston. Er staan ook koetsjes en een treintje voor een stadsrondje. Alvorens we een rondje doen, drinken we wat in de schaduwrijke plek onder de bogen. Ook hier zitten veel toeristen maar ook inwoners.
Aan de andere kant van de weg een lange rij aaneengesloten terrassen. Achter de grote parkeerplaats  vol auto’s en de oude burcht. Daar laten we ons op de foto zetten. Tijd voor de rondrit. Er zijn meer toeristen op het idee gekomen voor het ritje van 25 minuten, gelukkig zijn in de achterste wagon nog plaatsen. In drie talen worden we op de hoogte gehouden wat we zien. Goed bedoeld, maar slecht te verstaan. Het is een aardig ritje langs diverse bezienswaardigheden. Op de terugweg naar de bushalte, gaan we door de oude stad, smalle straatjes en ontelbare souvenir winkeltjes en veel taverna’s. Het is er druk bevolkt en de zon schijnt volop. In de nabijheid van de Spiridonkerk, op het terras van een gezellige bistro, nemen wat te drinken, met een hapje er bij. Dan opnieuw slenteren door de wirwar aan stegen en straatjes naar het centrum. De bus naar Gouvia staat al klaar.

Corfu stad
Corfu stad

Onze eerste autorit op Coru

Om Ank aan de auto te laten wennen, rijden we bij de stoplichten rechtsaf, richting Dassia aan de oostkust. We slaan eerst de weg in, die door loopt naar het kerkje aan de rand van de baai. Het is in 1669 gebouwd en is heel apart. Na de bezichtiging gaan we verder langs de kustweg, die langs diverse badplaatsen voert. Bij Gimari staat het stoplicht op rood. De weg is daar zo smal dat je om de beurt moet rijden. Het is veel bochtenwerk, dus klimmen en dalen. Het vergt veel concentratie van Ank. Vooral de slechte stukken en de tegenliggers. Ik houd de afslagen in de gaten. Na een aantal pittige bochten, slaan we onbedoeld een smalle weg in die naar Agnibeach voert. De weg loopt daar dood en we moeten het laatste stukje lopen. Er is wel een taverna aan de baai, dus nemen we hier wat te drinken en een plaspauze.  Soms stoppen we even om tussen de bomen door naar de kust onder ons te kijken. Maar dan komen we bij de afslag die we moeten hebben. Naar Kalami, waar het White house staat, uit de serie The Durrells, van de gelijknamige schrijver. Daar gaan we eerst naar toe. We rijden over een smalle kronkelende weg, door een bosrijke omgeving naar de kust. Er is beneden genoeg parkeerruimte om de auto te parkeren. Dus kuieren we op ons gemak het piepkleine kustplaatsje in. Er zijn veel toeristen hier, kijkers en zonaanbidders. Er is van het oude huis niets over, waar ooit Lawrence Durrell woonde. Alleen de naam  White House herinnert er nog aan.   Je kunt in de taverne niets te eten krijgen, wel wat te drinken. Als dit wat te lang duurt, zoeken we een plekje bij een strandrestaurant. Het is hier  prettig vertoeven. De zee kabbelt rustig tegen het lange smalle kiezelstrand, dat vol bedjes en parasols staat. Het  knusse haventje van Kouloura ligt iets verder, aan de zelfde bochtige en smalle weg. Je kun daar niet met de auto komen, maar net voorbij de bocht is nog een plekje. We wandelen het korte stukje naar beneden. Onder ons liggen de bootjes te dobberen in de kleine ronde baai. Er staat een villa, een klein kerkje verscholen in het groen en een typisch Griekse taverna met een gezellig terras boven de baai. Als Ank de taverne inloopt naar het toilet, wandel ik verder en geniet van de rust, de zee en de ruisende wind. Dan rijden we weer de weg naar boven op. Zo komen we op de 30 km lange hoofdweg tussen Gouvia en de havenstad Kassiopi. Als een grote vrachtwagen voorbij is gaan we links af. Na veel bochten te zijn gepasseerd stoppen een moment bij een mooi doorkijkje. Ank kan de auto net parkeren in een stukje berm tegen de kale rotsen. Beneden ons ligt het lange strand van Barbati beach. Na een kwartier rijden zijn we daar ook voorbij. Op de terugweg, staat even voorbij Dassia een grote fruitstal langs de weg. Ank waagt de gok en steekt schuin over. Dit levert luid getoeter op van een auto die net gehaast wilde passeren. Er is veel fruit te koop, dus kopen we sinaasappels, olijven een meloen en een pot honing. Dan weer op huis aan. Na de stoplichten gaan we meteen naar de linker rijstrook, want het is nog een hele kunst om aan de andere kant van de weg te komen. Je mag niet keren of afslaan. Als het pijltje op groen gaat, kun je zonder problemen keren. Maar sommige Grieken hebben er maling aan. Zodra er weinig verkeer is, wagen ze de gok.

White house Corfu

Naar het Achilleon

Afgelopen nacht is er een spat regen gevallen. Als ik uit het grote raam kijk zie ik dat het nog bewolkt is. Toch prikt even later de zon er doorheen. Het is de bedoeling om vandaag richting stad te rijden en dan naar het Achileon, in de buurt van Benitses. Door Cofu stad gaat het nog wel, ondanks de drukte. Maar dan raken we het spoor even bijster. Ik had wel ergens een naambord gezien dus draaien we en slaan de bergweg in, die naar Gastouri gaat. Via de  bochtige weg door een fraaie groene omgeving, komen we bij het paleis van Sisi uit. Het witte gebouw staat in een weelderige tuin, vol beelden.  Op de top van een beboste heuvel. Toen er nog een casino in huisde mocht je niet verder dan de trap. Nu mag je het hele gebouw bezichtigen. We komen via de bovenste verdieping uit in de grote tuin, met de zeven muzen, het beeld van Achilles en het ruime terras met prachtig uitzicht. We wandelen wat rond en het begint zelfs te spetteren. Ank ziet iets verder  een terras met rijkelijk uitzicht. Daar kuieren we naar toe. Gelukkig breekt de zon ook weer door. Er komen zelfs een paar vliegtuigen langs vliegen, hoewel op ruime afstand. We passeren de afgebroken brug nabij het paleis, zonder dit eigenlijk op te merken. Een paar kilometer voor de stad stoppen we wel langs de weg, met de nodige moeite. De Grieken hebben haast en kunnen niet even inhouden om ons te laten parkeren. Op een ruim terras, weelderig begroeid met bougainville, hebben we een mooi uitzicht op het muizeneiland, Pontokanissi. Nu komt er nog een moeilijk stukje, de weg door Corfu stad. We gokken verkeerd, maar toch ook weer goed, want we komen uit op de weg bij het nieuwe fort, langs de nieuwe haven met een aantal Cruiseschepen en een drietal veerponten naast elkaar. We rijden stapvoets achter een koetsje aan voordat we via een grote rotonde op de snelweg naar Gouvia komen. De zon is weer doorgebroken. Eenmaal thuis wil Ank meteen zwemmen. Ik loop mee en drink bij het zwembadterras een pul bier. Wanneer Ank druipend uit het water stapt, staat er al een koele mixdrank klaar. We blijven nog even zitten en kijken uit over de weelderige tuin en de stille baai.

Achilleion Corfu

Een nat begin

Als ik de grote ramen openschuif, zie ik geen blauwe maar grauwe lucht, met regen en wind; kortom een droevig uitzicht. Ik gok het er op dat het winkeltje open is voor een lekker warm brood. De eigenaar is alles nog aan het uitpakken, maar vist toch nog een bruin brood uit de zak vol puntige langwerpige broden. Ank heeft al sinaasappels geperst en de ontbijttafel klaar gemaakt. Dan breekt zowaar de zon door de wolken. Na de koffie lopen we door de straten van het stadje en slaan de weg in tussen enkele huizen en appartementen door. Daarachter moet ergens ook de restanten van de Venetian ships yacht zijn. Door een smalle steeg komen we inderdaad bij een poort op de plek achter het monument. Je kunt daar niet verder. Ank puft, want het wordt warmer en daar zijn we niet op gekleed. In de hoofdstraat is een eenvoudige taverna, echt Grieks nog. Het is half een en tijd voor een hapje. We nemen plaats op de ongemakkelijke stoeltjes en bestellen een Pita Giros. Nou die mag er wezen zeg, een flinke buik vol. Het is weer tijd voor een ritje. Ergens moet een bergdorpje zijn, waar een  scene uit een Bondfilm is opgenomen. We missen de juiste afslag en tot grote schrik van Ank komen we op de buitenwegen van de stad uit. Ik kijk op de kaart en zoek naar een afslag. Die is een paar kilometer verder naar Afni. Ank is opgelucht, hoewel veel minder verkeer, toch opletten geblazen op de smalle kronkelige weg. Na veel stoppen en vragen komen we tenslotte bij Danilla. Omdat het maandag is en het gebouw onder monumentenzorg valt is het gesloten. De terugweg is gemakkelijker, want in de berm stond tussen het hoge gras een aanwijzing. We komen op de snelweg uit en het stoplicht staat op groen dus kunnen we zo naar de overkant, waar Ank de Peugeot de parallelweg opstuurt naar Govino Bay. Als het weer zonnig wordt verdwijnt Ank naar het zwembad. Ik loop dan even door Govino beach, vanwaar je dichtbij De Venetiaanse dokken, de restanten van een  bouwwerk uit de 18e eeuw kan komen. Er zijn nog 15 gemetselde bogen en een portaal uit 1778 over. Ook is er een moment ter herdenking van slachtoffers van de 1e wereld oorlog. Via het grasveld steek ik een stukje af naar het ommuurde terrein waar het oude monument staat. Je mag niet op het terrein komen maar achter het hek kun je alles goed bekijken. Achterin ontwaar ik de stenen poort, waar we zondag niet verder konden.

Griekse avond

We hadden ons voor deze avond Grieks vermaak aangemeld in het restaurant van Gouvino bay. Voor een gering bedrag lekker eten, drinken en Grieks dansen. Een echtpaar met dochter zou ons deze avond vermaken met dansen in klederdracht. Hierbij zouden we zelf ook op de vloer moeten. Het eten was uitgestald op drie tafels en zag er verrukkelijk uit. Na een verkleedpartij, werd iedereen op de vloer gevraagd. In een soort dans die aan een ouderwetse polonaise deed denken, ging de hele sliert door het restaurant en over het terras. In plaats van de borden door de lucht, werd dit vervangen door stapels servetten. Geen Grieks gebruik, maar wel veiliger en grappig. De hele vloer lag er bezaaid mee. Het toetje was een optreden van de moeder als buikdanseres. Nou daar kregen de mannen wel dorst van. Hoewel de avond vroeg begon, was dit wel een leuke afsluiter van een Grieks vermaak.

Griekse avond

Naar Paleokastritsa

We worden al heel vroeg gewekt door een vrachtwagen, die lawaaierig spullen komt leveren, bij het resort en het zwembad. Te vroeg om er nu al uit te gaan. Maar om half acht staan we ons toch te douchen. Het raam open om de eerste zonnestralen naar binnen te lokken. Dan naar de kampwinkel zoals ik het noem, voor brood en beleg. De begroeting is hartelijke want ik ben zo’n beetje vaste klant geworden. Hoewel iets duurden dan de super, toch lekker gemakkelijk en dichtbij. We drinken koffie op het terras. Er komt wat bewolking en meer wind. Daarom wandelen we eerst naar Gouvia om voor woensdag een bootreisje te bespreken,. Er zit een barbecue aan vast en we varen langs de Oostkust. Dat leek Ank wel wat, mij trouwens ook. Ik stel voor om in de middag naar Paleokastritsa te rijden. Een badplaats aan drie fraaie baaien, omringt door groene bergen  Vanaf de vakantielocatie rijden we de weg op en wachten voor het stoplicht. Het is niet zo ver, slechts 26 kilometer, maar dat zegt niets, want de weg is ook weer kronkelig. Hoewel door een vlak gedeelte, toch wel weer iets hellend en dalend, door een groen omgeving. Rechts gaat de weg langs Dasia naar de 30 kilometer verder gelegen havenstad Kassiopi. Rechtdoor naar Paleokastritsa. Het is niet zo druk als het gedeelte naar Corfu stad en dat vind Ank wel prettiger rijden. “Wat moet ik aan houden?”, vraagt Ank als we bij een splitsing komen. “De linker weg in, de andere kant gaat naar de noordkust. De eerste baai, diep onder ons, zijn we voorbij. We rijden verder, langs veel winkels, taverna’s en hotels. In de verte ontwaar ik zowaar het klooster hoog tegen de berg. Onderaan de weg daar naar toe is een parkeerplek bij een restaurant. Het zonnetje schijnt, de lucht is blauw en we zoeken een tafeltje even boven het strand. Het is druk langs het strand bij de baai, met een prachtig doorkijkje naar zee. Onder aan de smalle weg naar het klooster van de heilige maagd Maria, staat het licht op rood. Als de rij auto’s van boven  gepasseerd is wordt het groen en mogen wij. Een paar kilometer slingert de weg naar boven. We besluiten de laatste stukje weg te lopen. We parkeren de auto op het kleine pleintje. Er staat een wat oudere Griek vers fruit te verkopen. Het stalletje ziet er vrolijk uit.  Het laatste deel naar de poort van het klooster is ca 50 meter. Voordat we verder gaan, moet Ank eerst volgens het geloof, haar schouders bedekken. We slenteren door het booggewelf achter een aantal toeristen aan.  Er staan allerlei oude spullen, Vitrines vol stoffige boeken in gotisch geschrift, soms met een verzilverde omslag. In een kamertje staat een antieke olijfpers. Op een klein pleintje staat een kanon gericht op zee. Bij de ingang staat een lange tafel, met bidprentjes en andere geloofsartikelen, artikelen die ook binnen verkrijgbaar waren. Ook staat er een schaal waar je een paar euro kunt doneren als je het klooster verlaat. Heel slim heeft de man er een biljet van 5 en10 euro tussen de vele munten gelegd. Voordat we naar de auto lopen werp ik nog een paar euro in de schaal, met een beleefd knikje als dank. Onder aan de weg staat een rij overdekte uitstallingen, daar wil Ank wel even  neuzen. Toch er is weinig bij dat haar aandacht heeft. Als de wind aantrekt en er zware wolken rond de bergketen drijven stappen we weer in de auto. Op de terugweg slaan we de afslag Kerkira in, terwijl we Corfu stad hadden moet volgen. Niet zo heel erg, nu komen we op de groene route door een vrij vlakke fraaie omgeving. “Volgens mij is dit niet de goede weg”, merkt Ank slim op, “wat nu”. Ik had het pas door toen we het tropisch zwemparadijs passeerden. Een en ander kwam me toch wel bekend voor. We stoppen bij een bakkerij en de verkoopster wijst naar een afslag iets verder. Een smalle weg die uiteindelijk op de hoofdweg bij Potamos uitkomt, niet zo ver van Gouvia. Ank is blij als ze het parkeerterrein oprijd bij het complex, mede omdat de zon uitbundig schijnt.

Eilandhoppen Corfu - Parga - lefkas

Een boottocht

Het is half acht als ik de ramen open schuif. Het is bewolkt, maar weinig wind. Dat is wel zo prettig als je een dagje met de boot gaat. We worden om 10.15 bij de kade verwacht. Omdat het toch wel een stukje lopen is, pakken we de auto, die we langs Govinobeach kunnen stallen. Boven de bergen en Albanië is het donker, de lucht is grauw. Nadat de laatste personen hebben ingescheept gaan de trossen los en de motor gestart. Er zijn 52 personen aan boord. De dekknecht verteld dat we langs de kust gaan en diverse badplaatsen voorbij varen. Dan naar de noordpunt op een smal strandje, zonder gerief, om te barbecueën. Dat klonk aantrekkelijk. Het was de hele dag gratis wijn en water drinken, bier kostte 1 euro.  Voordat we het zeegat tussen Corfu en Albanië invaren, komen ze met de koffie langs en vaart de boot langs het White House, ooit de plek waar de schrijver Lawrence Durrell woonde. Iets verder ligt het baaitje van het vissersdorpje Kouloura. Bij het verlaten strand ligt nog een boot met gasten. Om de beurt kunnen we hier eten. Maar eerst een glas lokale wijn; wit of rood. Omdat er geen voorzieningen zijn, zitten we in het zand of op boomstronken. Nu kunnen we aansluiten voor een bordje met souflaki, gerookte worst, brood en Griekse salade, vooraf klaargemaakt. Heel gezellig met zo’n groep, ondanks dat het een beetje behelpen was in het zand.  Maar leuk en avontuurlijk. Na een uurtje genoeglijk zandhappen vertrok de boot weer. Er kwam wat meer wind, te veel om bij de rotsen te gaan zwemmen. Maar toen het zonnetje door kwam besloot de schipper om naar het strand met aanlegsteiger, bij Nikiana te varen en daar aan te meren. Daar kon je zwemmen, gebruik maken van de aanwezige bedjes of wat gebruiken bij de knusse taverne van Yanis. Dat was niet tegen dovemans oren gezegd. Ank liep besluiteloos langs het woelige water. Maar besloot toch te gaan zwemmen. De wc ruimte diende als kleedkamer. Het was dat vakantiegevoel dat een mens nodig heeft. Het kon mij niet lang genoeg duren. Maar toen de lucht weer betrok, besloot de schipper er toch een eind aan de maken. De wind maakte het water woelig en de boot schommelde pittig. Maar niet genoeg om  zeeziek te worden. Het leuke dagje eindigde rond half vijf, toen er weer werd aangemeerd.

 

Corfu

Naar Sidari

Gisteravond hebben we eindelijk een restaurant gevonden waar Youvetsi en Stifado op de kaart stond. Dat was bij Romeo een straat niet ver vanaf de appartementen. Een kruikje rode wijn er bij; kali orexi!. Het is vandaag bewolkt en zeker niet warm. Na de koffie nog een keer op zoek naar Danilla.. Na een poosje langs de bergweggetjes gereden te hebben en diverse malen gevraagd, geven we de moed op. Ank is een beetje tureluurs geworden van het gezoek. Dan stel ik voor om dan maar richting noordkust te gaan. Naar de toeristenplaats Sidari, op slechts 26 km afstand. Maar door de bergen weet je dat wel. Toch is een leuke route met diverse hoogte verschillen, door een aantal kleine leuke bergdorpjes, waar de smalle weg doorheen gaat. Veel korte en haarspeldbochten. Het eerste bergdorp is Kastellani net na de splitsing. De weg rechts gaat naar Roda en Acharavi, andere badplaatsen in het noorden. Ank heeft weinig moeite meer met de bergwegen, maar is wel oplettend. Ook hier weer een heel smal stuk weg. Na veel klimmen en dalen door het bergachtige gebied met rijkelijk begroeide bermen vol gele brem, komen we langs een rivierdal en het dorp Livadi. Dan rijden we de drukke winkelstraat in van Sidari binnen. Het is een levendige vakantieplaats, boordevol souvenirwinkels, bars, taverne en hotels. Een aardig straatje om doorheen te slenteren vond Ank. Dus rijden we door naar een grote parkeerplek naast een hotel-restaurant. Daar besluiten we op het terras langs het strand om wat te drinken en te nuttigen. Het is tenslotte al half een. De bedjes staan rij aan rij en vier bedden met parasols achter elkaar in het zand. Links is de rustige zee, daar achter de kalkrotsen, waar het ook even naar toe gaan. Maar eerst slenteren we door de hoofdstraat. De souvenirzaken hebben vrijwel allemaal het zelfde aanbod. horloges, veel leer, zomerjurkjes en veel kits. Het fraaie kerkje valt onmiddellijk op, tussen de schreeuwende reclame. Bij de vele restaurants proberen de obers je naar binnen te praten. We gaan er niet op in. Toen we op het terras zaten, zag ik in de verte de contouren van de kalkachtig rotsen die een aantal baaien omsluiten, met gele brem en andere struiken begroeid. Een ervan is het kanaal van de liefde genoemd; een meisje dat hier zwemmend aan haar droomprins denk, zou hem kort daarna ontmoeten. Op aanwijzing van een vriendelijke inwoner, vinden we de weg er naar toe. We pakken de auto en rijden er heen, terwijl het later blijkt dat het ook niet zo ver lopen was. Een omgeving met veel hotels en restaurants, waar je een geweldig uitzicht hebt. De afzonderlijke rotsen zijn uitgesleten door jarenlange erosie. We slenteren hier wat rond en genieten van het uitzicht. Je moet je niet te dicht bij de wand wagen voor een foto, want dan raak je in een vrije val. We krijgen onderweg toch nog een buitje. Er hingen al dikke zwarte wolken dreigend boven de berg. Hoewel het wat afzwakt, blijft het tot Gouvia miezerig. We rijden door naar de pomp en vullen de tank. Vrijdag is de laatste dag van de auto, maar dan gaan we niet meer rijden. Morgen een autovrije dag voor Ank. In de namiddag breek de zon behoorlijk door. “Ik ga eerst nog een paar baantjes trekken”,  roept Ank. Ik loop even mee om nog een paar foto’s te maken. Er zijn meer zonaanbidders dan zwemmers, ook in de aanpalende tuin. Ank zwemt langs een kant, omdat er jongens in het water volleyballen en de bal steeds over het water stuitert Toch laat ze zich niet ontmoedigen en zwemt onverstoord verder. Als Ank zich omkleedt, zet ik alvast de tafel en de stoeltjes in de schaduw. Onder de bomen is het gezelliger dan op het kale terras. Ik heb nog een paar blikjes bier en mix voor Ank cola met metaxa, Griekse cognac.

Weer naar Corfu stad

Opnieuw vroeg wakker, raam open en kijken wat voor weer het vandaag is. Er hangen lichte wolkenflarden, maar de zon breekt al snel door. Dat beloofd veel goeds. We hadden besloten om vandaag weer met de bus naar de stad te gaan, nu naar Kanoni het hoogste punt van het eiland, nabij de landingsbaan. We staan amper bij de halte of de bus komt al aanrijden. Het is rustiger dan vorige keer en kunnen zelfs zitten. Maar onderweg wordt er toch nog een aantal malen gestopt. We stappen uit bij het plein waar alle bussen aankomen. Daarna naar het Esplanada, het drukke plein bij de Liston.-arcaden. Ook daar komt de bus net aanrijden. Een kort ritje naar het groene schiereiland Analipsis..  Af en toe heeft de bus moeite om door het drukke verkeer te komen.  Na ruim tien minuten stoppen op het hoge uitkijkpunt. Er is een restaurant met groot terras. We gaan zitten op een schaduwrijk plekje met rechts de landingsbaan, voor ons de verbindingsdam. Aan de linkerkant beneden aan het water het bekende Vlachernaklooster en wat verder in zee het  eilandje Pontikonissi. We zitten net heerlijk aan een kop cappuccino, als er een toestel van TUI  met donderend geraas binnenkomt. Niet veel later kiest een Engels toestel van Thomas Cook het luchtruim. Ank wijst naar  beneden. “Zullen we daar nog even naar toe?” Daarvoor moeten we wel naar beneden. Maar nergens  een trap te bekennen. Dan maar langs de hellende weg, waar we met de bus langs kwamen, gaan we naar beneden. We wandelen zoveel mogelijk langs de schaduwrijke kant. Er liggen een aantal kleine boten te wachten op toeristen, die naar het verderop gelegen muizen eiland Pontokanisi willen. We kopen een kaartje en stappen in het voorlopig lege bootje, dat aan een houten steiger ligt. Wanneer er plots een buitje valt, is de boot snel vol met een groep Zweedse toeristen, die met een gids bij het kerkje vandaan komen. De trossen gaan los en dan pruttelt het scheepje de zee op. Het is inmiddels weer droog en de zon schijn volop. Het is hooguit tien minuten varen. Als de schippert aanmeert waaiert de groep uiteen, maar het grote deel neemt de uitgehouwen trap naar het  kleine koepelkerkje uit de 11e eeuw, dat boven op de heuvel tussen het groen staat, met veel cipressen. Hier zijn de meeste bomen gekapt, uit veiligheid voor de dalende vliegtuigen. Om er te komen moeten we dus veel treden op.. Er is ook een klein winkeltje, met souvenirs en kleine snuisterijen. Maar ook wordt er drinken en ijs verkocht. Op een verhoging heb hier een prima uitzicht op de zee, naar ook op de dam en de daar achter gelegen start en landingsbaan. We nemen een kijkje in de kleine gebedsruimte, waar niet veel mensen de dienst kunnen bijwonen.  Het ziet er fris en proper uit en hangt vol religieuze voorwerpen en schilderijen. Als er een kort signaal klinkt gaan de toeristen massaal naar benden. Wij wachten nog even, want er is een regelmatige pendeldienst. Ank neemt plaat op de stenen muur rond het eilandje en ik loop een rondje over de ruim een meter hoge en brede muur. Het eiland is toch groter dan ik dacht, Ank zit al ongerust te wachten, want er heeft net een bootje afgemeerd voor de achterblijvers. We nemen snel plaats en varen terug. Als we uitstappen loopt Ank meteen naar het kleine witte kloostertje en daarbij behorende winkeltje, waar we ook naar binnengaan. Het kerkje is niet meer in gebruik, maar heeft nu meer bezoekers, dan de gelovigen die de kerkdienst ooit bezochten. Hierna weer de weg naar boven naar de bushalte, langs de  kleine huisje die op de landingsbaan uitkijken. De bus rijd ons net voorbij en ik steek mijn hand op. Bij de halte staat de bus gelukkig nog te wachten. De rit gaat door buitenwijk van Kerkira, met veel groen langs de weg, maar ook enkele hotels en statige huizen.

Bij het busstation drukt Ank op de knop. “We moeten hier toch uit”’ zegt ze als ik verwonderd kijk. “Dat kan, maar we hadden ook gewoon verder kunnen rijden, tot de plek waar we zijn ingestapt. Maar nu we hier toch zijn, slenteren we naar de oude stad, door smalle straatjes met ontzettend veel winkels. Maar ook restaurants en bars, met gezellige terrasjes. Bij een van die talrijke terrassen, met vele tafeltjes gaan wat gebruiken. De grote parasol geeft veel schaduw. Dat is wel nodig ook, want het is warm in de smalle steeg en de zon staat pal boven ons. Het bestelde salades zijn overvloedig en de pul bier en de roemer rode wijn mag er ook zijn. Daarna nog wat slenteren door de oude wijk, waar de verkopers met luidruchtige gebaren de goederen proberen te slijten. Ook hier weer vel taverna’s, waar ze proberen binnen te lokken. Ondanks dat we hier heel prettig zitten, vervolgen we toch  weer onze weg.. Weer langs de winkels met diverse uitstallingen. Je kijkt je ogen uit. Ook hier proberen de verkopers je vriendelijk naar binnen te lokken, wij wijzen het net zo aardig van de hand en lopen door. De blauwe bus 7 staat al klaar, dus snel even tickets halen bij het loket aan de overkant. Dan weer op weg door de drukke stad, tot we op het stuk snelweg komen. Voor het Govinobay complex staat de bushalte waar we uitstappen. Deze avond eten we weer bij Romeo om daarna nog even een afzakkertje, ouzo met ijs, te nemen. Dat doen we op het smalle terras aan het einde van de straat, op de hoek bij de palmboom. Het is  donker als we het terrein oplopen. Daarna moeten we ook nog de koffers nog verder inpakken.  We liggen er al vroeg in, als je half elf vroeg wilt noemen.

Terug naar huis

We moeten al vroeg uit de veren.  Om zeven uur zouden we worden opgehaald. Ank dacht dat ze de wekker om 05.00 uur had gezet. Maar dat drommelse ding ging al om twee uur af.  Dat werd onrustig verder slapen. Half vijf ben ik wakker en ga er uit. Thee zetten en broodje maken. Ank komt langzaam op gang. In het oosten schemert het al en wordt het snel lichter. We kijken nog even achterom, naar de appartementen, als we met de koffers naar de poort lopen. Gelukkig breekt het zonnetje door als we daar staan te wachten. De bus is er nog niet, maar aan de overkant  bij het hotel stopt wel een bus. De chauffeur stapt uit en wenkt ons. Geen mens die ons uitzwaait. Nu eens geen blauwe bus , maar een luxe touringcar. Als het even wat rustiger is op de weg, steken we over. De koffers gaan in de ruimte onder in de bus. Op mijn uitbundige Goede morgen, komt weinig reactie van de andere gasten, die slaperig voor zich uitstaren. Na nog een paar stops staan we weer voor het complex, dus had we best even later kunnen instappen. Maar dan keert de bus en gaan we op weg naar het vliegveld. Langs de vertrekhallen staan een aantal bussen. Er zijn vluchten van diverse maatschappijen. Veel gesleep met koffers. Dus erg druk in de kleine hal. Ondanks dat er wel 26 loketten zijn om in te checken gaat het langzaam en chaotisch. Vooral omdat de kofferband een paar maal weigert. Toch is er is nog ruim tijd, want we hoeven pas om half elf te vliegen. Hoewel de meesten toch wel wat nerveus worden. Er is weinig zitgelegenheid, vooral omdat er mensen zijn die een zitplaats gebruiken voor hun bagage. Maar wanneer het toestel van Transavia binnenkomt gaat het vrij snel. Het korte stukje met de bus, de trap op en gaan we op tijd vliegen en dan plankgas. Het eiland verdwijnt snel uit zicht. Nog een paar uur dan zijn we weer thuis. Het zit er weer op voor een jaar.

Vliegtuig van transavia op Corfu vliegveld

 


© De Griekse Gids 2000-2020