






Veel Griekse mythen zijn ons bekend uit literaire bronnen (o.a. van Homerus), andere zijn ons bekend door archeologische vondsten (bijv. beschilderde vazen). De mythologie van het oude Griekenland heeft figuren van universele waarde voortgebracht, die al eeuwenlang worden beschouwd als onsterfelijke, ethische gedragsvoorbeelden. De mythologie gaf verklaringen voor het onverklaarbare, voor het ontstaan van de wereld, de hemellichamen, de mensen, de goden en de natuurverschijnselen. Een mythe vertelt over de daden van goden en halfgoden. De oude Grieken geloofden dat er veel verschillende goden en andere mythische wezens bestonden. Wat voor ons nu mythologie is, was voor de oude Grieken religie.
Het begin
Uit de grote Chaos ontstonden
Gaea (aarde) en
Uranus (hemel) die haar omringde. Toen de aarde (Gaea) zich verenigde met de hemel (Uranus) vormden zij het eerste godenpaar. Uit deze vereniging werden (o.a.) de zes mannelijke en zes vrouwelijke
Titanen geboren en de
Cyclopen. De Titaan
Cronus en de Titanida
Rhea kregen samen kinderen die de toekomstige wereldheersers zouden worden:
Demeter,
Hestia,
Hera,
Hades,
Poseidon, en
Zeus.
De Twaalf Goden van Olympus
Olympus, de hoogste berg van Griekenland (op de grens tussen
Macedonie en
Thessalie) was de plek waar de Olympische goden verbleven en waar de troon van Zeus stond.
De Goden daalden regelmatig af en voegden zich tussen de mensen om hulp te bieden, te straffen en zelfs om kinderen te verwekken. De kinderen die verwekt werden uit de verbinding tussen een god en een mens worden halfgoden genoemd en zij hadden bijzondere eigenschappen. Zij verrichten heldendaden en genoten bewondering van iedereen.
Het beroemdste godenhuwelijk uit de klassieke oudheid was tussen Zeus en Hera, het paar dat over het Griekse Pantheon heerste.
De twaalf olympische goden
waren bijna oppermachtig in die zin dat de macht van elk van hen ophield waar het ambtsterrein van de ander begon. Alleen Zeus was oppermachtig. In veel zaken leken de goden op de mens, zij hadden hun zwakheden, hun passies, en gevoelens. Zij werden kwaad, jaloers, afgunstig en ze hadden lief, net als de mensen. De twaalf Olympische goden hadden een bijzondere plaats in het godsdienstig besef van de oude Grieken. De twaalf Olympische goden zijn:
Zeus,
Hera,
Athena,
Poseidon,
Demeter,
Apollo,
Artemis,
Hermes,
Aphrodite,
Ares,
Hephaestus en
Hestia.
Klik op een van de onderstaande namen en lees welke Griekse mythe erbij hoort.