Naar west Kreta

Tekst en fotografie: Koos van der Woude

In 1994 starten we, met de overburen, onze vakanties naar Griekenland. We zaten toen in Kokini Hani in de buurt van Heraklion. Een leuk plan om nog eens naar dat grote eiland te gaan. Nu naar Agia Marina, niet ver van Chania. De aankomst was laat in de avond, donker en mistig. Toen we in de vroege ochtend het balkon opstapten was het zicht een openbaring; pal aan het strand.

Met de bus naar Chania.
Het was fris deze ochtend, slechts negentien graden. Maar wat vervelender was, er was een staking van het benzine transport en dat terwijl we juist een auto hadden gehuurd. Door een paar redenen huren we al een paar jaar geen scooters meer. Ik opperde het idee om dan maar met de bus naar Chania te gaan. De omgeving van het busstation ziet er rommelig en kaal uit. Dus slenteren we door de smalle gezellige straatjes in de stad. Veel aardige winkels, die vooral van de vrouwen alle aandacht hebben.

Er heerst een gezellige drukte en via de overdekte markthal, strijken we neer op een van de vele terrassen in de buurt van de haven. Voor de vermoeide toeristen rijden er zelfs sierlijke koetsjes door de stad.

Het eerste autoritje
Er was gelukkig weer benzine, hoewel met mondjesmaat. Het is een fraaie snelweg richting westkust. Er loopt een zijweggetje richting haventje van Kissamos. Niet zo toeristisch en de omgeving draagt nog de littekens van de oorlog. Maar we vinden zulke kleine haventjes wel wat hebben. Hier scharrelen we wat langs de kade waar de vissersbootjes liggen afgemeerd. Daarna nemen we op een terras aan het water wat te drinken. Het is er goed toeven, vooral omdat de zon doorbreekt en dobberende bootjes maken ons heerlijk soezerig.

Naar het zuiden; Sougia.
Het is een badplaats aan de zuidkust, ongeveer 70 kilometer rijden. Het gezellige dorp is via de zee te bereiken, maar wij besluiten het berglandschap te trotseren. Door het naburige plaatsje Platanias gaan we over een balkenbrug naar Koufos. De weg loopt door een mooi landschap met veel sinasappelbomen. Bij Lagkos komen we op een brede weg die ons naar de kust leidt als we het bord mogen geloven. Een prachtige bergweg met veel ondergroei langs de kant, platanen en dennen. We passeren veel bergdorpen en na het dorp Prasses, storten we ons weer in het bochtige parcours. Het laatste deel loopt heuvel afwaarts, langs een rivierbedding met weelderig groeiende roze oleanders. Dan rijden we voorbij een paar winkels het vrijwel verlaten Sougia binnen. Geen haventje zoals we gehoopt hadden. Wel langs het zonnige strand een aantal overdekte terrassen, voor een koele dronk en een hapje. Verder valt er voor ons niet veel te beleven.

De vlakte van Omalos.
Met de auto zijn er geen afstanden meer, helemaal niet naar het 40 km verder gelegen Omalos plateau. Langs de plaatsen Fournes en Laki gaat de weg licht hellend, na een aantal pittige bochten, de Levka Ori ( witte bergen) in. In de verte zien we de bijna 2000 meter hoge bergtop Kalos en rijden we over een van de mooiste routes van Kreta naar Omalos. Op weg naar de Samariakloof komen we terecht in een kudde geiten. Na een paar kilometer verder het bord bij de ingang van de kloof.

Een lange uitdagende wandeling door een ruig en oneffen terrein. De tocht is aan ons niet besteed, hoewel we sportief genoeg zijn. Wij beperken ons tot wat rondkijken en genieten van de imposante bergen. 

Terug nemen we een andere route. Een vlakke weg en de natuur is schitterend. Na vele bochten komen we in Roumata. Twee oudjes zitten voor een eenvoudige taverne. Ze wenken en vragen of we wat willen drinken, dat willen we wel.

De Therissokloof.

Ook een aanrader was een ritje naar de Therissokloof.  In het dorp Theriso staat het verzetsmonument van Venizelos, tevens staat er een oorlogsmuseum, want er schijnt hier in de oorlog nogal flink gevochten te zijn.
 
Bij Chania is het even zoeken. We ontdekken dat we via Mournies moeten. Niet veel later rijden we door een dicht loofbos, met esdoorns, platanen en eiken.

Tegen de hoog opschietende bergwand statige cipressen en langs de droge bedding bloeiende oleanders. Dus het dorp is meer dan een bezoek waard. Zo dachten ook veel toeristen er over, ze zijn met een speciaal treintje hier naar toe gekomen, voor een bezoekje en een drankje op het gezellige terras langs de weg.

Naar Akrotiri.
We hebben heel wat ritjes gemaakt, naar de bijzondere mooie baai van Falassarna, met zijn grillige kust. Hoewel we niet gelovig zijn bezoeken we altijd een klooster. Ook nu en wel op het schiereiland Akrotiri. Na wat zoeken passeren we op afstand het vliegveld met een aanwijzing naar het klooster. 

Het Agia Triadaklooster ligt ongeveer in het midden. De romantische weg omzoomd door bomen eindigt bij het portaal van een indrukwekkend klooster. De gebouwen zijn oker gekleurd. Een nog jonge monnik met grijze baard leidt ons via de hoge entree naar binnen voor een rondwandeling.

Hierna nog even een zijstap, door een ruige omgeving, naar een ander klooster en Cape Maleka waar de film Zorba de Griek is opgenomen, maar op Kreta is ook Wie betaald de veerman opgenomen.

Koos van der Woude

Meer informatie over Kreta


Griekenland vakanties

Yakinthos Residence

Bekijken

Yakinthos Residence
Mykonos
Panormos
Princess Andriana Resort

Bekijken

Princess Andriana Resort
Rhodos
Kiotari
Hotel Lindos Princess Beach

Bekijken

Hotel Lindos Princess Beach
Rhodos
Lardos
Maltezos

Bekijken

Maltezos
Corfu
Gouvia
© De Griekse Gids 2000-2019